Anti-stress tips

Anti-stress tip 1:

Als je gestresst bent heb je veel stresshormonen in je lijf. Die maken je onrustig en je hartslag en ademhaling gaan omhoog.
Ga eens op een rustige plek lopen of zitten en neem gedurende een aantal minuten de omgeving eens goed in je op. Wat hoor je, wat zie je, wat ruik je en wat voel je?
Als je bezig bent je omgeving te observeren zit je even niet “in je hoofd”. Daardoor wordt je lichaam weer rustig. Je kan dit een paar keer enkele minuutjes per dag doen als (preventief) meditatiemoment.

 Anti-stress tip 2:

Tip 1 was om je omgeving eens goed in je op te nemen door te kijken, te horen, te voelen en te ruiken.
Om je stresshormonen te laten zakken kun je ook op een bankje gaan zitten en je ogen sluiten. Nu ga je een minuutje of wat eens heel goed naar de omgeving luisteren. Het liefst in een parkje of in het bos. Of, je concentreert je alleen op het gefluit van de vogeltjes. Die zijn nu al volop hun territorium aan het afbakenen.
Je denkt even nergens aan en dat geeft rust. Als het kan een paar keer per dag herhalen, of je wisselt af met de observatie-oefening. Ook leuk om met zijn twee te doen, kijken of je hetzelfde hoort en ziet.

Anti-stress tip 3:

Een ademhalingsoefening waardoor je hartslag daalt en je minder gestresst wordt. Ook voor deze geldt: enkele malen per dag herhalen. Werkt zowel preventief als curatief.

Zet een timer en adem in en uit. Tel hoe vaak je inademde. Zat je ruim boven de 10? Dan adem je best wel snel. Ga nu proberen rond de 6 maal per minuut te ademen. Sluit je ogen. Adem in door je neus en leidt je adem naar je buik. Adem vervolgens uit door een getuite mond. Daar mag je wat geluid bij maken.  Je uitademing moet langer duren dan je inademing. Als je uitgeademd hebt wacht je even met opnieuw inademen. Doe deze oefening een paar minuutjes achter elkaar. Je voelt je er zeker rustiger door.

Anti-stress tip 4:

Niet assertief zijn kan tot stress leiden. Je zegt ja, maar bedoelt nee. Je hebt iets nodig maar durft het niet te vragen. Of je bent boos maar zegt niks. En dan gaan je stresshormonen omhoog. Soms ga je ook nog je frustraties weg eten en dat betekent nog meer stress! Veel van mijn cliënten vinden dat ze wel assertief zijn. Maar daar ben ik het niet altijd mee eens. Want als je de ander even vertelt wat je dwarszit en je doet dat in de “jij-vorm”, loop je grote kans dat de ander zich aangevallen voelt en in de verdediging gaat. Als ik tegen mijn man zeg: jij hebt vandaag al weer niet gestofzuigd en je zou het gisteren al doen” dan zijn of de poppen aan het dansen of hij doet het niet. Als ik zeg: “Ik zou het heel fijn vinden als je vandaag nog even stofzuigt”, pakt hij het ding vrijwel meteen. Met excuus er bij dat het gisteren niet gebeurd is. Dus praat altijd in de ik-vorm. De ander kan zich dan beter in jou gevoelens verplaatsen.

Wat mij ook erg opvalt is dat veel mensen dingen niet zeggen of doen omdat ze bij voorbaat al bedenken wat een ander over ze zal denken. Hoe weet jij nou wat een ander denkt? Ik weet toch ook niet wat jij denkt? Trouwens, maakt het wat uit?

Als je “nee” wilt zeggen helpt het om er steviger bij te staan of te zitten. Je voelt je dan sterker. Die oefening doe ik vaak met mijn cliënten. Het werkt echt. Als je iets weigert hoef je trouwens niet altijd uit te leggen waarom. Nee = nee. Als de ander uitleg vraagt kan dat altijd nog. Gebruik dan niet het woord “eigenlijk”. Dat doet namelijk afbreuk aan je “nee” zeggen. Ben jij zo iemand die altijd “ja” zegt maar “nee” bedoelt? En dan daarna smoezen gaat bedenken of met pijn in je hart gaat doen wat je eigenlijk niet wilt? Probeer dan voortaan niet meteen ja of nee te zeggen maar zeg dat je er over nadenkt en er op terug komt. Dan gun je jezelf wat meer tijd.